Bijen en vlinders in de tuin

27-05-2022

Bijen en vlinders in de tuin

Je hoort steeds vaker dat insecten het moeilijk hebben. Daarom gaan we ze een handje helpen. Maar wacht even, eerst wat illusies wegnemen, zodat je weet waaraan je begint. Daarna krijg je praktische tips om dit handig aan te pakken.

De eerste illusie: insecten zijn altijd mooi. De buxusmot is weliswaar een insect, maar staat niet bepaald bovenaan het wensenlijstje van tuinbezitters. De buxusrups krijg je er namelijk gratis bij. Een schattig lieveheersbeestje kan alleen overleven als jij planten niet bespoten hebt met een bestrijdingsmiddel. De luizen zijn dan weliswaar weg, maar ook zijn maaltje. 

Een tweede illusie is dat insecten vanzelf naar een voedselrijke tuin zullen komen. Zo’n tuin focust op de planten die voor nectar (voedsel) zorgen. Dat zijn planten zoals de vlinderstruik, lavendel, verbena en duizendkoop. Maar insecten hebben ook waardplanten nodig. Dat zijn planten die noodzakelijk zijn voor de insecten. Ze zien die plant als hun herberg  (‘waard’). Waardplanten vormen een ideale plek voor de eitjes en vormen voedsel voor de larven. Je zult dus de rups moeten helpen om de vlinder te helpen. Dan werkt het averechts als je die rups wegjaagt uit je tuin. Planten zoals hop, hulst en klimop zijn bijvoorbeeld waardplanten van bepaalde typen bijen en vlinders. Door veel verschillende typen waardplanten in je tuin te gebruiken, help je een grotere groep insecten.

vlinder op een bloem Bij op een geranium

Te ingewikkeld? Geef de moed niet op, want daarvoor zijn insecten te belangrijk. Wij hebben ons leven aan hen te danken. Insecten bestuiven gewassen die de mens eet en ze staan aan het begin van de voedselketen. Een klein insect wordt door een groter dier opgegeten, welke op zijn plaats door een nog groter dier wordt opgegeten, etcetera. Uiteindelijk komt de laatste in de keten op ons bord terecht. Zonder voedsel, en daarmee zonder insecten, kunnen wij niet overleven.

Gelukkig hoeft het helpen van de insecten niet zoveel moeite te kosten als jij nu denkt. Begin met kleine stapjes, want alle beetjes helpen. Kies jaarlijks één van de volgende tips en pas deze toe:

  • Als je die prachtige libelle in de tuin wilt, dan heb je een waterelement nodig. Dat kan een vijver zijn, maar ook een ingegraven grote emmer of speciekuip gevuld met water volstaat. Ze houden van natuurlijke waterplekken met veel (water)planten, zodat ze daar hun eitjes op kunnen leggen. Voeg zuurstofplanten toe om de larven genoeg zuurstof te geven. Wie weet trek je ook nog andere dieren naar je tuin met dit waterelement.
  • Laat de natuur zijn gang gaan, waardoor er een balans ontstaat. ‘Geef’ een plant aan de natuur. Je maakt er dan een lokplant van. Luizen vinden rozen erg lekker, maar de roos overleeft deze bezoeker wel. Hetzelfde geldt voor een glansmispel. Stop met het jaarlijks gebruiken van gif om ze weg te jagen. Jij als mens gaat het nooit winnen. Laat die luizen lekker zitten, het valt eigenlijk best mee hoeveel overlast je hebt. Bovendien scheelt het jou tijd. En wat blijkt? Je krijgt veel meer lieveheersbeestjes. Na een aantal jaren heb je aanzienlijk minder luis in de tuin. Waarschijnlijk zul je zien dat de luizen uitsluitend op je roos vertoeven, en niet meer op de andere planten in de tuin.
  • Gebruik het lokplant-principe ook voor andere dieren die jou overlast geven. Zo kun je een lupine of hosta gebruiken als lokmiddel voor slakken en andere weekdieren. Jij hebt prachtige bloemen en na de bloei winnen de slakken het misschien. Maar ze laten je helleborus met rust.
  • Koop het liefst biologische zaden en planten, die zijn niet met gif behandeld. Anders dan je misschien zou verwachten, kan gif na toedienen nog jaren in een plant blijven. Hierdoor vermijden insecten die plant, of sterven ze na een bezoek aan die plant.
  • Koop uitsluitend planten met enkelvoudige bloemen. Dat zijn soorten die meeldraden en stampers hebben. Die kun je zien zitten in de bloem. Het insect kan de nectar makkelijk bereiken. Er zijn tegenwoordig steeds meer doorgekweekte varianten (cultivars) van de ‘hoofdplanten’ in omloop die speciaal zijn gekweekt voor een prachtige dubbele bloem. Dubbele bloemen bevatten geen meeldraden of stampers. Ook moeten insecten te veel moeite doen om in de bloem te kruipen.

Vlinder Vlinder op de Verbena Libelle op de plant

  • Zorg voor genoeg voedsel gedurende het hele jaar. Zelfs op een warme dag in de winter kunnen de insecten wakker worden. Ze hebben dan snel eten nodig. Liefst combineer je planten die een lange periode bloeien, zoals salie, met planten die in de verschillende seizoenen bloeien. Zo ontstaat er een constante nectarvoorraad. In de winter helpen het sneeuwklokje, de crocus en helleborus. In het voorjaar zijn brem, margriet en sierappel Plant voor voedsel in de zomer een vlinderstruik, trifolium of klokjesbloem. Insecten zijn in het najaar erg blij met verbena, leverkruid en perovskia. Ideeën voor andere planten waar bijen en vlinders dol op zijn, vind je in het artikel over plukbloemen.
  • Zorg voor een insectenhotel in combinatie met voedselplanten en waardplanten, zodat alle benodigdheden voor een goed insectenleven in jouw tuin aanwezig zijn.
  • Maak het jezelf makkelijk en plant een kant-en-klaar plantenpakket voor bijen en vlinders in je tuin.
  • Kijk ook eens bij de vlinderstichting voor meer ideeën om vlinders naar je tuin te lokken.
  • Zeg het voort! Maak andere mensen in je omgeving enthousiast om de bijen en vlinders te helpen.

Maak je tuin stapje voor stapje insectenvriendelijker en je kunt een stuk beter slapen. Vergeet vooral niet te genieten van alle interessante bezoekers in de tuin. Leg je fotocamera vast klaar!

Lianne Groeneveld